Financiële situatie cultuurcentra

Thema
Financiën

Eenheid
Valuta in euro.
Verhouding inkomsten tegenover uitgaven.

Definitie 
Dit dashboard toont een overzicht van de gemiddelde financiële uitgaven in euro die een Vlaams cultuurcentrum in 2017 uitbesteedde; per activiteit, per inwoner, en per deelnemer. Een cultuurcentrum is een open artistiek huis met stevige funderingen in de stad en in de regio. Het is een in infrastructuur verankerde culturele ontmoetingsplek die de gemeente beheert met het oog op cultuurparticipatie, gemeenschapsvorming en cultuurspreiding ten behoeve van de lokale bevolking. Bijzondere aandacht gaat uit naar culturele diversiteit. Het cultuurcentrum richt zich met een breed en eigen cultuurspreidingsaanbod op de bevolking van een streekgericht werkingsgebied. De inkomsten van het cultuurcentrum worden verrekend per tienduizend inwoners van het Vlaamse Gewest.

Onder activiteiten tellen de activiteiten, inclusief tentoonstellingen, die door het cultuurcentrum georganiseerd worden en als dusdanig worden aangekondigd in de promotionele acties van het centrum. De inwoners verhouden zich tot het werkgebied van het cultuurcentrum. Betreffende de deelnemers van de activiteiten wordt een onderscheid gemaakt tussen het exacte aantal en het geraamde aantal deelnemers aan de eigen activiteiten van het cultuurcentrum. Het exacte aantal telt de registratie van unieke deelnemers, die op een sluitende manier werd gevoerd door middel van een ticket, polsband, stempel, inschrijvings- of namenlijst. Het geraamde aantal is het door het cultuurcentrum geschatte aantal deelnemers aan activiteiten zonder sluitend registratiesysteem. 

Eigen activiteiten worden meegeteld van zodra het cultuurcentrum zowel organisatorisch, als inhoudelijk en financieel verantwoordelijk is voor de activiteit. De locatie is geen bepalende factor. De activiteit kan plaatsvinden buiten de muren van het centrum. Ook activiteiten in samenwerking kunnen in bepaalde gevallen als een eigen activiteit worden beschouwd. Voorwaarde is: samenwerking op financieel én inhoudelijk vlak.

De inkomenscluster toont de soort van inkomsten in euro met zowel de eigen inkomsten en zowel de ontvangen subsidies meegerekend. 

  • Allerhande
    Dit gaat om inkomsten uit de verkoop van dranken, de uitbating van het cafetaria in eigen beheer, of inkomsten van de vestiaire.
  • Concessies
    Dit gaat om alle inkomsten uit in concessie gegeven infrastructuur die door het cultuurcentrum wordt beheerd.
  • Diensten in huis
    Dit gaat om inkomsten verkregen uit Diensten in huis. Diensten in huis betreffen in het bijzonder een educatief aanbod. Ze worden quasi permanent georganiseerd door een derde partij in de infrastructuur van het cultuurcentrum. Deze derde partij krijgt daarvoor vanuit een hogere overheid een structurele en substantiële subsidie. Voorbeelden zijn: centra voor volwassenenonderwijs; Deeltijds Kunstonderwijs en centra voor basiseducatie, of voor werkenden en werkzoekenden; vormingpluscentra; volkshogescholen; gesubsidieerde gespecialiseerde vormingsinstellingen; alsook initieel formeel onderwijs dat praktijkgerichte opleidingen aanbiedt.
  • Diversen
    Dit gaat om inkomsten die vreemd zijn aan de normale werking van een cultuurcentrum, maar toch aan het centrum worden toegewezen. Voorbeelden zijn een schadevergoeding, of de meerwaarde bij de verkoop van tickets, boeken, of brochures.
  • Giften
    Dit gaat om de financiële ondersteuning vanuit een privé-initiatief.
  • Programmering
    Dit gaat om inkomsten uit ticketverkoop.
  • Sponsoring en advertenties
    Dit gaat om de financiële ondersteuning vanuit een privé-initiatief waarbij een publicitaire overeenkomst wordt afgesloten.
  • Subsidie
    Dit gaat om bijzondere arbeidsstatuten, zoals startbanen, of gesubsidieerde contractuelen; Europese subsidies; provinciale subsidies; subsidies van de Vlaamse overheid, zoals het Kunstendecreet, of het Erfgoeddecreet; het Lokaal Cultuurbeleid, en andere subsidies.

    Sommige van deze subsidievormen zijn na 2017 niet meer van toepassing. Dat is het geval voor het Lokaal Cultuurbeleid en de provinciale subsidies.
  • Verhuring
    Dit gaat om inkomsten uit de verhuring van culturele infrastructuur, zoals de verhuur van zalen, of technisch materiaal.

 

De uitgavencluster toont de soort van uitgaven in euro met infrastructuur en inrichting; personeel; en werking.

  • Aankoop dranken
    Dit gaat om kosten voor de aankoop van dranken die in het cultuurcentrum worden verkocht.
  • Diensten in huis
    Dit gaat om extra uitgaven voor Diensten in huis. Diensten in huis betreffen in het bijzonder een educatief aanbod. Ze worden quasi permanent georganiseerd door een derde partij in de infrastructuur van het cultuurcentrum. Deze derde partij krijgt daarvoor vanuit een hogere overheid een structurele en substantiële subsidie. Voorbeelden zijn: centra voor volwassenenonderwijs; Deeltijds Kunstonderwijs en centra voor basiseducatie, of voor werkenden en werkzoekenden; vormingpluscentra; volkshogescholen; gesubsidieerde gespecialiseerde vormingsinstellingen; alsook initieel formeel onderwijs dat praktijkgerichte opleidingen aanbiedt.
  • Diversen
    Dit gaat om uitgven die vreemd zijn aan de normale werking van een cultuurcentrum, maar toch aan het centrum worden toegewezen. Voorbeelden zijn een schadevergoeding, of de meerwaarde bij de verkoop van tickets, boeken, of brochures.
  • Gebouwen
    Dit gaat om uitgaven die betrekking hebben op uitrusting, inrichting en de techniek van gebouwen die het cultuurcentrum zelf beheert.
  • Marketing en publiciteit
    Dit gaat om de totale productiegerichte uitgaven voor promotie van het cultuurcentrum en de activiteiten die het organiseert.
  • Onroerend
    Dit gaat om uitzonderlijke uitgaven die betrekking hebben op uitrusting, inrichting en de techniek van gebouwen die het cultuurcentrum zelf beheert.
  • Personeel
    Dit gaat om uitgaven voor stafleden of leidinggevend personeel, alsook het overige personeel dat tijdens het referentiejaar 2017 prestaties leverde voor het cultuurcentrum.
  • Programmering
    Dit gaat om uitgaven betreffende het aanbod voor andere eigen en receptieve activiteiten. Voorbeelden zijn: podiumkunsten; tentoonstellingen; of een exclusief aanbod.
  • Roerend
    Dit gaat om uitgaven voor de aankoop van roerende goederen zoals de investering in infrastructuur; de huur, lening en leasing van de gebouwen die het cultuurcentrum zelf beheert.
  • Werking
    Dit gaat om administratieve werkingsuitgaven zoals kantoorbenodigdheden; abonnement en gebruik van telefoon, fax of internet; kosten voor frankering; of verzendingskosten.
  • Werking gebouwen
    Dit gaat om uitgaven voor het verbruik van gas, water, elektriciteit, verwarming, en onderhoud van gebouwen die het cultuurcentrum zelf beheert.
     

Bron
Cultuur- en gemeenschapscentra in cijfers (CCinC)

Opmerkingen 
Niet alle gemeenten beschikken over een cultuurcentrum. Wanneer u met de muis over de kaart navigeert, ziet u in het pop-upvenster van de gemeente of het gaat om een gemeente zonder cultuurcentrum (enkel de naam van de gemeente weergegeven); of om een gemeente die wel over een cultuurcentrum beschikt, maar die de informatie niet aan ons doorgaf (naam van de gemeente: geen deelname in CCinC).

Vanaf het volgende invoerjaar van de lokale vrijetijdsmonitor 2021 zullen ook gemeenschaps- en belevingscentra in het overzicht worden opgenomen. Voor cijfers uit 2017 is dit nog niet het geval.

Klik bij de inkomsten en uitgaven op de diverse categorieën om hun onderverdeling te kunnen bekijken. Klik om terug te gaan op het oranje pijltje in het kader naast de de titel Inkomsten of Uitgaven.

Leveringsdatum
oktober 2018 over het werkjaar 2017

Contactpersoon
Lara Grieten, vrijetijdsmonitor@vlaanderen.be
Tom Heyvaert, ccinc@vlaanderen.be


Brontabel 
Download de gegevenstabel.

link naar bron tabel afbeelding senioren


Open data
Bekijk de publieke gegevens.

link naar open data


Rapporteringsplatform
Ga zelf met de cijfers aan de slag. 

link naar de cijfers